Lage stookkosten willen we, maar ook frisse lucht en warme voeten.
Artikel door Wybo Algra in Trouw DeGids op 06-01-2006
Frisse lucht: graag. Samen met de kamerplanten en hond of poes produceren we wel een litertje of tien per dag aan zweet, kookluchtjes, waterdamp uit de douche en wat al niet aan vochtigheid. Dat levert een onfris brouwsel op waarin schimmels en huisstofmijt prima gedijen. Ramen open, weg ermee! Jammer alleen dat de met dure euro’s warm gestookte lucht via het klapraampje in het niets verdwijnt. Dat moet wel slecht zijn voor portemonnee en milieu. Schipperen dan maar: raampje open, raampje dicht. Dat zet geen zoden aan de dijk, moppert het ministerie van volkshuisvesting. Ventileren moet 24 uur per dag. Wie het raam een halfuur openzet, zit een halfuurtje verder alweer in de bedompte lucht. Daar krijgt een mens hoofdpijn, hoest, chronische verkoudheid en allergie van. En hij moet ook nog eens tegen de vocht- en schimmelplekken op muur en plafond aankijken.
Volgens het ministerie valt het best mee met de kosten van dag en nacht luchten. Het verwarmen van vochtige lucht kost namelijk nodeloos veel energie. Droge lucht geleidt de warmte beter. In een goed geventileerd huis hoeft de combiketel geen overuren te draaien. Ventileren levert dus zelfs lágere stookkosten op, staat er op de website.
Warmte-expert Peter op ’t Veld van adviesbureau Cauberg-Huygen denkt daar anders over. „Door te luchten verdwijnt warmte uit huis en die moet je vervangen, zo simpel ligt het. Gemiddeld kost dat zo’n 500 kuub gas per jaar.” Dat is een flink deel van het gemiddelde jaarlijkse gasverbruik van bijna 1300 kuub voor verwarming, beaamt Op ’t Veld. „Een procent of zestig van de warmte verdwijnt via de vloeren, wanden en daken. De rest gaat op aan ventilatie. Van het totale energieverbruik in Nederland besteden we daar zeven procent aan.” Maar, zegt Op ’t Veld, de ramen potdicht houden is een slecht alternatief.
Wél een goed alternatief zijn moderne technieken om het warmteverlies te beperken, aldus Op ’t Veld, te beginnen met goede isolatie. Dat kan Paul van de Laar beamen. Hij werkt bij SenterNovem, agentschap voor duurzaamheid en innovatie van het ministerie van economische zaken. Van de Laar: „In een ongeïsoleerd huis uit de jaren vijftig zitten overal kieren. Dan kun je alleen maar de verwarming openzetten. Per jaar verstoken de bewoners dan 2000 kuub gas. Na isolatie en plaatsing van een hoogrendementsketel is dat de helft minder.”
Gecontroleerd ventileren, is Van de Laars motto. Dus niet in het wilde weg, zoals in de jaren zestig, met voorzetramen en dicht gespoten spouwen. Nee, eerst keurig uitrekenen wat nodig is aan isolatiemateriaal en aan ventilatieroosters die per uur exact de juiste hoeveelheid frisse lucht doorlaten: „Dat valt precies uit te rekenen.”
In nieuwe huizen kan het nog veel zuiniger en dat moet ook van de overheid, die per 1 januari strengere energie-eisen voor nieuwbouw invoerde. Dit tot groot ongenoegen van de vereniging van projectontwikkelaars Neprom, die stelt dat huizen dan gemiddeld 4000 tot 5000 euro duurder worden.
Maar volgens architect Erik Franke hadden de nieuwe eisen nog veel strenger gekund. Het energieverbruik voor verwarming kan volgens hem met een procent of tachtig omlaag. Niet ten opzichte van een oud, tochtig huis; nee, vergeleken met een standaard nieuwbouwhuis. Franke timmert in Nederland aan de weg met het zogeheten ’passiefhuis’, dat eind jaren tachtig werd bedacht. Wereldwijd, in landen als Duitsland en Zweden, staan inmiddels 5000 van deze huizen; in Nederland nog maar veertien.
Twaalf hiervan zijn moderne dijkwoningen in Sliedrecht, die Franke zelf als projectontwikkelaar heeft laten bouwen. „Dat is de enige manier waarop je dit in Nederland van de grond krijgt”, zegt hij. „Bouwers lopen er niet warm voor. Die denken dat het te duur is.” Ze kosten inderdaad vijf tot zeven procent meer, beaamt hij. „Maar dat heb je in negen tot dertien jaar terugverdiend.” De afgelopen zeven jaar was het uitproberen, zegt Franke. Nu kan wat hem betreft de vaart er in komen.
Het geheim van de passiefhuizen schuilt in de grondig dichtgestopte kieren en in hun ligging op het zuiden, zodat de zon zijn verwarmende werk kan doen. De warmte blijft binnen doordat het hele huis compleet kiervrij is. Zelfs de warmte die de huishoudelijke apparaten produceren draagt dan bij aan een behaaglijke temperatuur – en niet te vergeten de lichaamswarmte van de bewoners.
In passiefhuizen kunnen de ramen dicht blijven. Ze hebben een modern afzuigsysteem dat de vieze lucht verwijdert. Tegelijkertijd wordt via hetzelfde systeem frisse lucht het huis in geblazen. Beide luchtstromen passeren elkaar via een kastje. De warme lucht verwarmt de koude lucht via een tegenstroomprincipe. „Tot 96 procent van de warmte blijft behouden”, weet Franke. „De frisse lucht wordt bovendien voorgefilterd, zodat er geen fijn stof en pollen in huis komen.”
Deze zogeheten ’balansventilatie met warmte-terugwinsysteem’ dringt ook door in de reguliere woningbouw. Tien jaar geleden werd het slechts zelden toegepast, van huizen die nu worden gebouwd is de helft ervan voorzien. De andere helft van de nieuwbouwwoningen heeft wel een mechanische afzuiginstallatie, maar de verse lucht komt rechtstreeks van buiten via ventilatieroosters en is koud in de winter.
„Dat vinden we niet lekker, en dus zetten we de kachel een graadje hoger”, zegt Chris Zijdeveld, ex-voorzitter van Milieudefensie. Volgens hem gaat de implementatie van moderne technieken veel te langzaam. Hij paste ze meer dan twintig jaar geleden al toe, als wethouder van Schiedam. „We hebben in 1982 huizen neergezet die beter scoren dan volgens de nieuwste maatstaven vereist is.” En dat zonder het extra isolerende glas dat nu gebruikelijk is: gewoon met standaard thermopane, in combinatie met van binnenuit bedienbare luiken en een primitieve versie van het hedendaagse balansventilatie-systeem.
Wat ook prima werkt, zegt Zijdeveld: geen klassieke spouwmuren maar een massief betonnen skelet met het isolatiemateriaal, veertien centimeter dik, aan de buitenkant. Dan blijft de warmte binnen goed hangen. „Dat hebben we in Schiedam gedaan bij een renovatieproject van sociale woningbouw. Ook dit gebeurt nog heel weinig. Als we deze werkwijze landelijk hadden ingevoerd, hadden we ons al een Borssele-centrale kunnen uitsparen.”
Energiezuinig bouwen begint volgens Zijdeveld al bij de opzet van een nieuwe wijk. „De woningen moeten gericht zijn op het zuiden, dan bespaar je per jaar 400 kuub gas. Bijkomend voordeel is dat de straten lekker zonnig worden doordat de lage ochtend- en avondzon er goed doorheen valt.”
Intussen schrijdt de techniek voort. Adviseur Peter op ’t Veld noemt computergestuurde systemen die ventileren naar behoefte, als er mensen in huis zijn. Om dat vast te stellen, wordt permanent het kooldioxide-gehalte in de lucht gemeten. Dit jaar wordt dit geavanceerde systeem toegepast in een project van 260 nieuwbouwhuizen in Tilburg.