
Passiefhuis wint terrein
Artikel in ‘Vraag en aanbod’ 29 dec. 2005, nr. 52, Bouw en hout, door Richard Mooi
Het passiefhuis begint zo langzamerhand ook in Nederland voet in de bodem te krijgen. Letterlijk zelfs, nu er de afgelopen tijd veertien energie-passiefhuizen zijn opgeleverd. Eindelijk erkenning voor het pionierswerk van architect Erik Franke die al geruime tijd probeert dit concept voor zeer energiezuinige woningen naar Nederland te halen.
DORDRECHT. Al 7 jaar probeert pionier Erik Franke belangstelling te kweken voor het concept van het energie-passiefhuis in Nederland. Dit in navolging tot Scandinavië en de Duitstalige landen waar het passiefhuis al jaren een begrip is. Leveranciers van bouwmaterialen en installatietechnieken hebben erop in gespeeld.
Door een goed ontwerp, oriëntatie op de zon, met zeer goede schilisolatie (Rc-waardes van 8,0 tot 8,5) en uitstekende kierdichting, kan warmte nauwelijks weg uit het passiefhuis. Er is nog maar heel weinig energie nodig om de woning in de winter op temperatuur te houden. Hooguit in de winter een beetje naverwarming van ventilatielucht. Kortom, dit is in een notendop het passiefhuis, dat in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Scandinavië al een begrip is geworden.
Particuliere opdrachtgever
In Nederland bleef het, in tegenstelling tot België, stil rond het passiefhuis. Dat komt, volgens Franke, door de Nederlandse marktwerking. Ongebonden particulier opdrachtgeverschap vindt in ons land nauwelijks plaats. Het zijn de projectontwikkelaars die ‘aanbod gestuurd’ hun woningen verkopen. In Duitsland is er een vraaggestuurde markt en bepalen consumenten zelf hun wooneisen. Die groep met het milieuhart op de goede plaats is de trekker van deze ontwikkeling, zegt Franke. In ruil voor een iets hogere bouwprijs hebben ze een comfortabele woning en profiteren ze van veel lagere energielasten . Sinds 1998 ijvert Franke via de mede op zijn initiatief opgerichte Stichting Passief Huis Holland (PHH) voor de bouw van passiefhuizen hier. Onder zijn leiding zijn er nu 14 van gebouwd, waarvan 12 projectmatig.
Nu vorig jaar ook de eerste succesvolle PH-huizen voor de markt zijn opgeleverd en het concept is aangepast aan de Nederlandse bouwwijze, vindt de in 1998 opgerichte Stichting PHHde tijd rijp om aan de weg te timmeren. Onlangs kwamen brochures gereed en ging de website www.passiefhuis.nl de lucht in. De stichting wordt ondersteund door ondermeer Unidek, Rockwool, Beamix en ventilatorenfabrikant J.E. StorkAir. De leden gaan binnenkort de koers voor de komende vijf jaar bepalen. De al gebouwde woningen worden uitgebreid gemonitood om het passiefhuisconcept nog meer te onderbouwen en daarmee sceptici te overtuigen.
|
Er staan nu in Nederland veertien passiefhuizen, maar architect Erik Franke denkt dat dat aantal toeneemt als het pariculier opdrachtgeerschap polulairder wordt. |
Installatietechniek
Hamvraag is natuurlijk of Nederland rijp is voor passiefhuizen. Franke is daar realistisch over. ‘We hebben natuurlijk een heel conservatieve bouwwereld als het om energiebesparing of CO2-reductie gaat. Men doet heel zielig over de epc-aanscherping naar 0,8. Daar hebben ze geen geld voor’. Bovendien wordt in Nederland veel meer naar installatietechnische oplossingen gekeken, terwijl goede schilisolatie en goede kierdichting met een hoge Rc-waarde vanaf 8,0 veel duurzamer is.
‘Installaties moeten tenslotte na 15 jaar vervangen worden’. Andere architecten twijfelen aan de extreem goede isolatie en zeggen hardop dat een Rc hoger dan 5 in het Nederlandse klimaat nauwelijks extra energiebesparing geeft. Volgens Franke laat die groep architecten hun oren teveel hangen naar hun opdrachtgevers en ‘papegaaien zij de installatiebranche na’.
Extra handicap daarbij is dat goede schilisolatie in de epc-berekening nauwelijks wordt gewaardeerd. In de nieuwste epc-methodiek (NEN5128/versie 2.1) worden juist installatietechnieken beter beoordeeld. ‘De installatiewereld heeft goed gelobbyd’. Actieve koeling bijvoorbeeld wordt gestimuleerd. ‘Dat betekent dat er meer gekozen wordt voor gebalanceerde balansventilatie met koeling en er minder wordt gekeken naar kierdichting en isolatie en andere passieve maatregelen’, is de vrees van Franke. Toch denkt hij dat als het particulier opdrachtgeverschap hier populairder wordt en het aantal woningbouwverenigingen en bouwers dat zich maatschappelijk verantwoord voelt, toeneemt, er de komende jaren toch een markt ontstaat voor honderden PH-huizen. ‘Als je kijkt naar de energieprijsstijgingen verdien je de extra investeringen van een passiefhuis tussen 9 en 15 jaar terug’.